• Desanne van Brederode

Open Kerk op Facebook

Wil je meediscussiëren over OKL wel of niet op Facebook en waarom, dat kan in de discussiegroep op Facebook.

Mailen en bidden

‘Heb jij geen smartphone?!’ Het is een vraag die me regelmatig wordt gesteld. Soms klinkt het overigens meer als een uitroep – waarin medelijden, lichte verontwaardiging of juist bewondering resoneert, of een combinatie van alle drie, in wisselende samenstelling.
Een vage echo van een vraag die me jaren eerder werd gesteld: ‘Zit jij niet op internet?!’
Vervolgens willen mensen weten wat de reden is, en wanneer ik naar waarheid antwoord dat ik simpelweg niet de indruk heb dat ik iets mis, word ik ongelovig aangekeken. Er zal natuurlijk heus een moment komen waarop ik wel zal moeten; dat was met het toetreden tot internet ook zo. Mijn toenmalige echtgenoot moest iets teveel e-mails voor me printen, en iets te vaak mijn antwoorden doorsturen – nadat ik deze eerst op een USB-stick had opgeslagen. Maar een paar jaar lang werkte dat nog prima. Ik kon mijn laptop gebruiken waarvoor ik het ding had gekocht: voor het schrijven.

Inmiddels weet ik allang dat mail en chat best handige manieren van communiceren zijn, en dat een beetje duf door Facebook scrollen soms helpt om snel over een doods moment heen te komen. Liken en geliked worden: zeker op dagen waarop ik graag in afzondering aan een tekst van langere adem werk, is het een welkome afwisseling. Een uitje waarbij je de deur niet uit hoeft.
Een feest waarvan je ook weer gewoon kunt weglopen, zonder te hoeven uitleggen met welke reden.
Tenminste, dat maak ik mezelf graag wijs. Want als ik eerlijk ben, voel ik de reageerdwang toch drukken. Ook of vooral op dagen dat ik heb besloten het digitale verkeer te laten voor wat het is.
Ik negeer de berichten, de verzoeken, de aankondigingen, de vraag of ik al even naar die en die datum heb gekeken en misschien alvast een voorstel wil doen, of anders een telefonische afspraak wil maken…? Uitgerekend dat negeren, ten behoeve van de rust en concentratie, eist op een later moment zijn tol. Het is alsof de woorden als stemmen door de kamer deinen, klagerig, korzelig, en me opjagen. Soms veranderen ze in blikken, die over mijn schouder meekijken naar mijn bezigheden, en die me bij alles achtervolgen. Beschuldigend.

‘Je staat daar nu wel af te wassen, maar je had ei-gen-lijk…’ Of: ‘Je beweert wel dat je aan boek bezig bent, maar wij weten heus wel dat je zomaar wat door de kamer aan het dansen bent, en door de krant bladert, en zit te prutsen aan een al bij voorbaat tot mislukken gedoemd gedicht.’
Het effect van het gewoel en gewemel van dit buitenhuidse geweten, is dat ik soms tot niets meer kom. Deels verlamd, deels baldadig stel ik het antwoorden nóg langer uit. Op de mailers zelf ben ik natuurlijk niet boos, maar wel op de technologie die onmiddellijk contact, vierentwintig uur per dag, mogelijk maakt. Soms is de wolk van stemmen en blikken rondom mij zo dik, dat ik nog maar met moeite voel wie ik werkelijk mis, en wie ik echt graag weer eens zou willen zien en spreken en horen, of een lange brief zou willen schrijven. Alsof alle digitale post me onvindbaar maakt voor mijn eigen hart. En vooral: voor wie zich daar hebben genesteld.

Toen iemand me onlangs weer eens vroeg of ik geen zin had om toe te treden tot een bepaalde Whatsapp-vriendengroep, was er even die verleiding om toch maar een smartphone aan te schaffen. Dan zou ik kunnen meepraten, eindelijk.
Pas in bed bedacht ik dat het onhandige bidden, waar ik niet eens elke nacht in slaag, misschien wel een manier is om, dwars door de reageerdruk heen, opnieuw deel te worden van een onvoorstelbare grote, ruime Whatsappgroep, die al sinds mensenheugenis bestaat. Die geen elektriciteit en wifi-netwerk nodig heeft, maar de kosmos aftast op zoek naar een bron van liefde. Opdat die liefde kan bereiken wie het nodig heeft.
Het gebed: niet als daad van verzet, maar wel als heilzaam antigif, heilzame, stille tussentijd – bij een overdaad aan communicatie waar soms geen ziel en geen bezieling meer schitterend storend tussen komen kan.

 

1 reactie:

  1. Herman van Bemmel - 21 april 2017 8:23 pm

    Désanne beschrijft haar ambivalente ervaringen met digitale communicatie op een manier zoals die ook voor mij gelden. Ook ik heb (nog) geen smartphone, zodat ik geen toegang heb tot de whatsapp van mijn vier kinderen. De relatie tussen actief zijn op internet (mailen en FB) en bidden had ik bij mezelf nog niet ontdekt. Maar bij nader inzien is die er ook bij mij. Al kan ik niet goed uitleggen hoe dan precies. Ik schipper steeds tussen toegeven aan de verleiding om te reageren (Ik reageer, dus ik besta) en ontvankelijkheid voor het Goede, het Ware en het Schone als manifestaties van het Heilige.