• Discussie

Laatste reacties

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

  • Mijn dochter vind het spirituele in niet christelijke groepen en heeft de kerk niet nodig. Hoe moet ik als gelovige daarmee omgaan?

    Je vraag is herkenbaar.

    De meeste ouders zien hun kinderen een andere weg op gaan dan hen is voorgegaan en aangeraden. Dat voelt voor de ouders niet zo goed. Er kan een faalgevoel bij opkomen: ‘wat heb ik als ouder niet goed gedaan?’.
    Die vraag is onontwijkbaar en terecht. Het getuigt van moed om je eigen rol in de opvoeding onder kritiek te (laten) stellen. Dat lijkt mij een eerste stap.

    De tweede is even om je heen kijken. Dan zie je veel kerkleden afhaken. Natuurlijk kijk je wat jaloers naar de kerken en groepen waar de jongeren toestromen. Daar is zeker wat over te zeggen.
    Kerken maken fouten. Zeker als ze te weinig open staan voor jongeren. Het getuigt van moed om dat te bespreken met andere kerkleden en zeker met de voorganger.

    Een derde stap is om belangstellend kennis te nemen van wat je dochter nu precies vindt in die niet-christelijke groepen. Koud watervrees kan je belemmeren om in het diepe te springen, waarin je dochter zich kennelijk als een visje in het water voelt. Jammer zou dat zijn. Dan mis je kansen en misschien je dochter.

    Een vierde stap, maar dan echt na de eerste drie, is om in een respectvol én pittig gesprek te gaan met je dochter. Maar dan moet je wél weten wát je zelf zoekt in de kerk en wat de niet-christelijke groepen haar bieden.
    En natuurlijk je dochter het vertrouwen geven, dat zij de voor haar beste weg kiest, ook als die anders is dan de jouwe.

    Tenslotte. De Joden hebben de wijsheid ‘Jeruzalem heeft 12 poorten’. Dat wil zeggen, dat het heilige doel en God op onderscheiden manieren bereikbaar zijn. Toevallig is 12 ook het getal van de ‘stammen’. Dat suggereert dat iedereen op zijn eigen manier, vanuit een eigen invalshoek ‘het spirituele’ vindt. 
  • Na een bezoek aan mijn moeder voel ik me vaak depressief. dan zou ik niet meer naar haar toe willen gaan, maar het is wel mijn moeder. Hoe moet ik daar mee omgaan?

    Deze vraag kwam als een anonieme vraag bij de redactie binnen. Bij de vraag was een toelichting:
    “Waarom voel ik me depressief? Het doet me pijn om te zien hoe verbitterd ze is. Je doet niet gauw iets goed, ze klaagt dat niemand rekening met haar houdt en haar uitlatingen over o.a. onze samenleving doen me pijn."
    Velen zullen zich hierin herkennen, daarom de reactie van onze pastor hierop.

    Beste onbekende vragensteller,

    Allereerst dank dat je dit gevoelige thema aansnijdt. Het zal je niet echt blij maken, maar helaas zijn er best veel van zulke situaties.  Als we mogen reageren op de grote lijnen, willen we je het volgende aanreiken.

    1. Het bezoek aan je moeder kost je veel energie. Er gebeurt in jullie ontmoeting dus veel. Alleen komt er niet veel terug. Er is een onevenwichtigheid in de ontmoeting. We kennen de omstandigheden niet. Wat we je horen jou zeggen, is dat je je verbonden voelt met je moeder, maar dat die verbondenheid onder druk is komen te staan. Ook dat je dat betreurt én dat je die spanning niet goed kunt volhouden.

    2. Je zoekt naar de oorzaak van je depressieve gevoelens en beschrijft de houding van je moeder. Die komt in jouw beschrijving behoorlijk ‘depressief’ over. Het zou zo maar kunnen zijn, dat je háár depressie voelt. Dat jouw depressie duidt op ‘overdracht’ van gevoelens, wat snel gebeurt in de ‘inner circle’ van je relaties.
      Zij weet het -wellicht onbewust en onbedoeld- voor elkaar te krijgen, dat jij mede-eigenaar wordt van haar gevoelens.

    3. Omdat die gevoelens jou vreemd zijn en pijn doen, valt die overdracht minder op, maar juist in jouw depressiegevoelens na een bezoek komt tot uiting dat die overdracht heeft plaats gevonden. Dat inzien, ongeacht wat je verder gaat doen, zou een eerste ‘beweging’ kunnen brengen. Er komt dan enige scheiding/afstand tussen wat je moeder beleeft en wat jij beleeft. Die is nodig om je energielek te dichten. En dat is weer nodig om vruchtbaar bij je moeder op bezoek te kunnen komen.

    4. Of jij als psycholoog/begeleider van je moeder kunt optreden, waag ik te betwijfelen. Dát zij gebaat zou zijn bij een –afstandelijke en wellicht professionele- gesprekspartner lijkt niet onwaarschijnlijk. Zelf kun je, naarmate je er meer in slaagt haar de ‘eigenaar’ van haar gevoelens te laten blijven, door geduld en (scherp omlijnde) aandacht licht in haar duisternis brengen.


    Je kunt dat zien als je haar meer ‘beschouwt’ dan bij je laat ‘binnenkomen’.
    Reageer gerust en vertel nog eens verder.

    Ad Alblas,

    pastor Open Kerk Leiden

      
  • Waarom is er zoveel onrecht? Waarom heb ik het zo goed en hebben anderen het zo slecht?

    Bij de officiële introductie van openkerkleiden.nl stelde de eigenaar het ‘Koetshuis de Burcht’ deze vraag. Dat maakt het een stuk duidelijker. Je ziet de man die de vraag stelt. Je hoort zijn bewogen verhaal. Hij bracht zijn huwelijkscadeau naar Kenia en raakte diep onder de indruk  van het leed dat hij daar aantrof. Dat haalt zijn vraag uit de theoretisch-beschouwelijke sfeer. De vraag is doorbloed.

    Zijn vraag roept niet zozeer om een ‘antwoord’, zoals iedereen dat kan bedenken, maar roept compassie op. Door zijn verhaal voelt ook degene, die het hoort de pijn. Ook van de hulpverlener, die heel veel kan doen, maar die ook tegen een grens aanloopt en mensen moet wegsturen.
    ‘Wie ben ik, dat ik het zoveel beter heb?’ voegde Tom toe. Dat is een hartverwarmende toevoeging. Daar kan je ook iets mee, als je gewoon weer dagelijks het Koetshuis inloopt om mensen te ontvangen.

    De mensen in Kenia heeft hij geholpen, al is het een druppel op een gloeiende plaat. Daar ligt zijn grens.
    De andere kant van het verhaal is, dat de mensen in Kenia Tom hebben geholpen. Door hem (opnieuw) bewust te maken van zijn bevoorrechtte situatie.
    Door de ervaring van wat je hebt gezien, verander je zélf. En ik moet me al erg vergissen, als dat niet leidt tot in je eigen omgeving doen wat je kunt doen aan situaties van onrecht.
    Daarmee zeg ik meer over wat je er aan kunt doen, dan dat  ik antwoord op de vraag naar het ontstaan van het onrecht. Dat weet ik.

    Deze vraag is zo oud als de wereld. Daar is ook heel wat over gezegd en te zeggen. Maatschappelijke en politieke analyses kunnen je daar enorm veel over leren. Filosofen en godsdiensten worstelen intens met deze vraag. Tenzij ik het over het hoofd heb gezien, heeft geen van alle een maar enigszins bevredigend antwoord.
    De kracht van deze vraag ligt in het mee-beleven ervan, in het je erdoor laten raken in je hart, om voor zover het in jouw vermogen ligt ervoor te zorgen, dat er een beetje minder onrecht op aarde komt. 
  • Wat wil je in je leven bereiken

    Dat is een persoonlijke vraag, die vraagt om een persoonlijk antwoord, dat je uitsluitend zélf kunt geven.
    Er worden heel verschillende antwoorden gegeven, die in de praktijk best dicht bij elkaar kunnen komen.

    Achter alle mogelijke invullingen, zoals ´ik wil een goede leraar worden´, of ´een goede moeder´, of ´verre reizen maken´, of ´een eigen huis met tuin kunnen kopen´ etc, liggen diepere verlangens die je vervuld wilt zien.
    Je wilt

    1: gelukkig worden, jezelf te ontwikkelen tot de mens, die je ten diepste ben.
    2: er voor anderen te zijn, iets te betekenen voor je geliefden en andere naasten
    3: van God en je eigen geweten uiteindelijk een dikke voldoende te krijgen.

    Gerichtheid op jezelf, op de ander, op het Hogere, worden ten onrechte tegenover elkaar geplaatst. Natuurlijk kun je het één zwaar inzetten en het ander verwaarlozen.
    Ik denk, dat een samenspel en goed evenwicht van deze drie ´oerverlangens´ je het dichtst brengt bij het doel dat je met je leven wilt bereiken.

      
  • Wat maakt dat mensen al of niet bij elkaar passen?

    Als ik dát wist....
    Relatie en liefde is één van de diepste behoeftes van mensen. Dat wil niet zeggen, dat je dat ander nodig hebt voor jouw geluk. Ook niet dat de ander jou gelukkig maakt.
    Alleen jijzelf kan je eigen geluk vinden·

    Je kunt een ander pas gelukkig ´maken´ als en voor zover je het geluk zélf hebt gevonden. Het klinkt misschien wat pittig, maar ik denk dat je zélf verantwoordelijk bent voor jouw geluk. Als jij gelukkig bent met jezelf, vergroot je de kans dat de ander gelukkig is met jou.

    Al of niet bij elkaar passen, is niet een kwestie van ´passen en meten´, van berekenen en afwegen. Zó ga je de mist in. Ik ken geen mensen, die zó gelukkig zijn geworden.
    Wél als je dicht bij jezelf probeert te blijven, kome wat komt.  Als je je niet aanpast, om in de gunst te komen.
    Als je weet wat jouw verlangens zijn, wat jou blij maakt, boeit, opwindt. Dat weten maakt dat je eerder en scherper ontdekt of jij en de ander bij elkaar passen. Als vrienden, of toch alleen als kennissen. Als partners voor het leven, of ook als levenspartners.

    Jij wéét het, al vanaf de eerste 5 minuten óf en ook waaróm je bij die ander past of niet. Vrienden kunnen je helpen dat bewust te worden. Laten we vooral geen ´goede raad´ of ´adviezen geven´.

    Geen kompas is zo zuiver voor de passende relatie als dat van je eigen gevoel-ziel.