Oogsten

We gaan appels plukken. Elk jaar ga ik met mijn kinderen naar een grote boomgaard in de buurt. De eerste jaren wilde ik ze laten zien dat appels niet in de supermarkt groeien. Inmiddels is het een heerlijke traditie geworden, waarin we de rijkdom van de oogsttijd ervaren.

Mijn jongste duikt al snel weg tussen de bomen. Zijn vriendinnetje rent er vrolijk lachend achteraan. De zon schijnt, ondanks de slechte weersvoorspelling en de appelbomen hangen vol prachtige appels. Ik geniet.

Er komt een vrouw naar ons toe die me vraagt of ik weet hoe je een appel moet oogsten. Verbaasd kijk ik haar aan. Ik denk van wel, maar ze mag het me best laten zien. Ze vertelt dat je niet moet trekken, maar de appel als het ware even op moet tillen. Ze omvat de appel voorzichtig met haar volle hand, tilt hem iets omhoog en de appel laat los. Deze is rijp, klaar om geplukt te worden. Even later probeer ik haar techniek uit. Eerlijk gezegd kan ik me niet goed voorstellen dat een appel als vanzelf loslaat. Ik pak een appel en til hem op. Niets. Dan trek ik zachtjes en hij breekt af. Mijn vriendin wijst me terecht: ‘Veel te grof!’. Ik probeer het nog eens en laat nu een paar appels hangen die nog niet loslaten. Bij de derde appel hoor ik opeens een zacht, knakkend geluid en de appel laat los, in mijn hand.

Het ontroert me. Wat voelt dit anders. Deze appel pluk ik niet, deze appel valt me toe. Opeens dringt de diepere betekenis van oogsten tot me door: Als je open en met aandacht bent, zonder expliciete verwachting, maar vol overgave, dan valt oogst je toe. Wat een rijkdom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *